Op 29 maart 2014 gaf muziekvereniging Excelsior Oostzaan, o.l.v. Lex Bak, haar jaarlijkse concert. Als thema kreeg het concert de titel: "Er was eens… een muzikaal sprookje". Voor de pauze zou er 'gewoon' geconcerteerd worden en was er een gastoptreden van popkoor Bel Canto. Voor het programma na de pauze was ik gevraagd om een verhaal te schrijven en te vertellen op de muziekstukken die de vereniging al uitgekozen had. Een verhaal op maat dus.

Na het eerste overleg met dirigent Lex Bak, waarbij ik alle titels kreeg van het programma na de pauze, ging ik luisteren bij de eerstvolgende repetitie om inspiratie op te doen. Als de muziek al vastligt, vormt dat immers de leidraad voor het verhaal en het verloop van het verhaal. Het zou niet één groot verhaal worden, had ik al overlegd. De compositie Rapunzel van Bert Appermont is reeds een muzikaal verhaal voor orkest en verteller. Een mooi stuk, wat ik al eens gedaan had met Soli Deo Gloria uit Alkmaar. Er stond ook een medley uit de Disney film De Klokkenluider van de Notre Dame op het repertoire, wat een sterk, op zichzelf staand verhaal is.

Mijn nieuwsgierigheid ging uit naar een compositie van Ruud Bos, Fata Morgana, in een arrangement van Mari van Gils. Inderdaad, de muziek van de attractie uit de Efteling. Het stuk bestaat uit vijf delen: Harbour, Eastern Jail, Harem, Jungle en Market Place. Daarmee was het verhaal bepaald. Het zou een oosters avontuur gaan worden. Maar hoe lang duurden de afzonderlijke delen? Was het mogelijk om te vertellen over de muziek heen, of moest het tussen de delen door? En dan de verhaallijn. Er zit een harem in en een gevangenis. Zou ik voor een jongen kiezen die verliefd is op een haremmeisje en haar wil ontvoeren, of bevrijden en daarbij in de kerkers belandt? En die haven dan?

Het kwartje viel door een andere compositie, Jubilé d'Argent, van Leon Vliex. Halverwege het tweede deel van het stuk is er een verandering van sfeer, die mij direct deed denken aan wijdsheid; de open oceaan, met haar trage deining en oneindige horizon. Dat was het. Een schip op weg naar de Arabische kust en daar, in een haven, ontspint zich het avontuur.
Het verhaal begint dus op zee met Jubilé d'Argent en wordt dan overgenomen door Fata Morgana. Het was mogelijk om over de muziek heen en tussen de delen door te vertellen. Zo ontstond:

Avontuur in de Maghreb.
Het is de 17e eeuw. Een Hollands schip, de Salamander, is op weg naar de Maghreb; het noord-westelijk deel van Afrika. Voor de 11-jarige scheepsjongen Muus is dit zijn eerste zeereis en wordt de Marokkaanse haven Salé de eerste buitenlandse haven die hij aandoet. Muus heeft al vele verhalen gehoord over Barbarijse zeerovers die de Middellandse Zee onveilig maken en opereren vanuit Algiers, Tunis, Tripoli en ook Salé. Maar Salé is juist een bondgenoot van de kersverse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, weet hij. Dat zal dus allemaal wel meevallen, denkt Muus.

Als de Salamander langs de kant ligt in de haven van Salé, kijkt Muus zijn ogen uit. Hij ziet dingen die hij nog nooit gezien heeft. Op een onbewaakt ogenblik glipt hij van boord en begint over de kade te dwalen en van de kade door de straten. Muus beseft niet dat Salé misschien wel een bondgenoot is van zijn land, maar dat je als jonge, blanke christen niet in je eentje door de stad moet dwalen. Hij heeft niet in de gaten dat hij wordt bespied. En wat er dan gebeurt…

Blog