De Amerikaanse componist Stephen Melillo schrijft in het voorwoord van zijn compositie Ahab!, dat destijds bij hem op school, toen Herman Melville's roman Moby Dick werd behandeld, zijn docent uitlegde dat de betekenis van kapitein Ahab die van een verdorven koning uit de Bijbel was. "Ook de film uit 1956 toont Ahab als een man die meer naar de donkere kant van de mens neigt," schrijft hij. Melillo kwam zelf echter tot een andere conclusie.

Ahab! voor acteur en harmonie orkest is een indrukwekkende compositie van de Amerikaan Stephen Melillo. Hij vertelt het verhaal van de witte walvis Moby Dick, maar dan niet, zoals Herman Melville, vanuit de persoon Ishmael. Zorgvuldig koos hij uit Melville's roman monoloogteksten van de antiheld van het verhaal: kapitein Ahab. De muziek die hij erbij schreef, verklankt de reis en de grillige stemmingswisselingen van Ahab. Van een vaderlijke schipper naast God, tot bars en onbuigzaam. Van een poëtisch gevoelig mens, tot een uitzinnig tierende woesteling.

In 2001 speelde ik Ahab voor het eerst, in samenwerking met dirigent Jan Schut. Prachtig stuk, prachtige verteltekst, maar wel 19e eeuws Amerikaans-Engels en vol met scheeps- en walvisvaarttermen. Zeer moeilijk te volgen voor Nederlands publiek. Dus voor de uitvoering in 2002, wederom met Jan Schut, besloot ik het te vertalen, gesterkt door mijn koopvaardij achtergrond. Door het vertaalproces en het sindsdien meermalen spelen van de rol snap ik de visie van Melillo.

Ahab is een godvruchtig man. Een schipper naast God, zoals ik al schreef, die in hoog aanzien staat bij zijn matrozen en harpoeniers. Maar er zit een wrok in hem. Tijdens een eerdere tocht stuitte hij op de walvis die Moby Dick genoemd wordt en anders is dan andere walvissen. Agressief, sluw. Ahab verloor bij die ontmoeting een been en zint sindsdien op wraak. Op zich volkomen menselijk en rationeel. Maar met het verloop van deze reis groeit zijn woede en frustratie, zeker na twee confrontaties met de walvis die op niks uitlopen.
De gedrevenheid en wraak slaan om in bezetenheid en waanzin, maar dat heeft Ahab zelf niet door. Hij voelt zich nog steeds gesteund en gesterkt door God. Zelfs als het bij de derde confrontatie volledig mis gaat en hij, verstrikt in de lijn van een harpoen die in de walvis steekt, door Moby Dick mee de diepte in wordt gesleurd. Zelfs dan ziet hij zijn jacht en wraak nog als een rechtvaardige zaak. Dat is de tragiek van Ahab.

"Het wezen dat hij tegemoet treedt is geen schepsel van de Ene God," schrijft Melillo, "maar eerder een metafoor voor de valse goden die de waarheid in de weg staan. Ondanks dit helder inzicht, plaatst Ahab de valse god voor de Ene… en dat is de fout in zijn schokkend leven." Desondanks vindt Melillo Ahab een held. Een Don Quichot ter zee die het meest duistere gedeelte van het onbekende tegemoet treedt. Ook al moet hij voor deze daad sterven, de mens achterlatend met die onbeantwoorde vraag: "Wat is daar, aan gene zijde?"

Blog